Onderwerpen:

  • Groepsrijden
  • Remtechniek



Groepsrijden

Of het nu onderdeel is van een grote georganiseerde rit 

of met een kleine groep vrienden op stap gaan om een middagje 

te genieten, groepsrijden is een speciale uitdaging -

maar met een unieke beloning.

 
Proloog

Je hebt net 20 minuten in de felle zon gereden, 

de frisse lucht ingeademd, op weg naar het verzamelpunt in 

de stad. Buiten wachten tientallen van je vrienden en rijmaatjes.

Ze babbelen, genieten van de frisse lucht, lachen hartelijk en 

genieten van elkaars  gezelschap. 

Je parkeert je motorfiets, zet je helm af en wacht even terwijl je 

bij jezelf denkt: 'Hier gaat het allemaal om' 

Over ongeveer 15 minuten begint een rijders- bijeenkomst 

waar iedereen op de hoogte gebracht wordt van de plannen voor 

de rit van deze dag. Vertrek is op de tijd die afgesproken is,

maar jouw planning voor deze rit begon al een paar weken geleden.


Voor de rit

Voordat je je inschreef (als dat nodig is) voor de rit heb je 

jezelf eerst afgevraagd of je je in staat voelde te voldoen aan 

de vereisten van deze ene rit. Is de afstand een zodanige dat

je die goed af kunt leggen? Zijn de wegen niet te moeilijk voor je?

Als je twijfelt, neem contact op met ritorganisator(en). 

Stel gerust vragen en voel je niet onder druk om deel te nemen 

aan een rit als je jezelf niet zeker voelt.

Op de ochtend van de rit ben je begonnen met een grondige 

vóórinspectie van je motorfiets. Daarna koos je de geschikte 

rijkleding voor de dag. Al verwacht men zonnig en warm weer, 

toch neem je dikkere kleding en regenkleding mee in je zadeltas -

en natuurlijkje mobieltie, (ehbo-pakket), gereedschapspakketje 

en handleiding -voor het geval dat.

De voorrijder vraagt om aandacht. (Geef hem de gelegenheid) 

Na een paar welkomstwoorden bespreekt hij of zij de basisregels

voor de dag en geeft de nodige informatie. Hij legt uit op kaart 

of door een korte beschrijving de route voor de dag, een reis- 

beschrijving inclusief geplande stops, informatie over waar 

onderweg eten en brandstof te halen en een mobiel 

telefoonnummer voor noodgevallen. 

Omdat iedereen weet hoe belangrijk het is dat iedereen op 

dezelfde golflengte zit voordat de rit begint, wordt er aandachtig

geluisterd.

De voorrijder besluit de bijeenkomst met het bespreken van 

de basishandsignalen voor groepsrijden, een handig middel voor 

communicatie met de andere rijders en om de groep bij elkaar 

te houden. Handsignalen variëren, dus zorg dat je weet welke 

er gebruikt worden. Hier volgen er een paar:

  Handsignalen



OP DE WEG

In formatie rijden 

Een van de eerste dingen die je als groepsrijder moet leren is 

hoe je in de juiste formatie rijdt. Naast elkaar rijden

wordt nooit aanbevolen, want dan hebben beide rijders niet 

genoeg ruimte om te manoeuvreren. In plaats daarvan wordt 

het aanbevolen dat je in de meeste gevallen in de klassieke 

'gespreide formatie' rijdt. In deze formatie rijdt de leider in het 

linker derde deel van de rijbaan terwijl de volgende rijder minimaal

1 seconde daarachter in het rechter derde deel van de rijbaan 

rijdt. Idealiter is elke rijder twee seconden achter de rijder direct

voor hem/haar (maar slechts 1 seconde achter de 'gespreide' 

rijder voor hem/haar. zie onderstaand schema).

Voordelen van de gespreide formatie zijn: .Je neemt minder 

ruimte in beslag op de snelweg dan iedereen achter elkaar. 

Elke rijder heeft voldoende ruimte om zich heen.

Je bent beter zichtbaar voor andere weggebruikers en je hebt 

minder kans dat ander verkeer de formatie opsplitst. 

Samen weg

Een van de grootste uitdagingen voor je groep is iedereen bij 

elkaar houden. Handsignalen helpen daarbij, maar alleen als ze 

juist gebruikt worden door een ervaren groepsleider. 

De koprijder moet de moeilijke situaties inschatten en vroeg 

genoeg signalen geven zodat deze op tijd de achterste groep

bereiken en ook zij de nodige aanpassingen kunnen uitvoeren.

Naast de groepsleider moet ook de 'bezemrijder' of laatste rijder 

in de groep een ervaren figuur zijn. Deze persoon is er

verantwoordelijk voor dat er niemand achterop raakt en dat 

niemand alleen aan de kant van de weg achterblijft in het geval

van pech. 

Follow-up systeem.

Bij een grote groep wordt er overgeschakeld op het 

follow-up systeem. Na de voorrijder is er een wegzetter 

(de 2-de rijder dus)

Hij zet een motorrijder op de hoek van de weg neer indien er links of 

rechtaf geslagen wordt. De plaats moet zodanig gekozen worden, dat ieder 

motorrijder meteen ziet waar hij naar toe moet.

Staat er niemand, dan gaan we rechtdoor.

De weggezette rijder sluit weer aan voor de laatste rijder. Het is 

dus essentieel dat deze een gekleurde hesje draagt. Met dit 

systeem hoeft men niet bang te zijn dat men achterop raakt. 

Er is een indicator (jouw motormaatje) op elke hoek die afwijkt 

van rechtdoor rijden.

Zie schema:

regels_voor_Follow-up_1.pdf

Kruisingen

Groepen motorfietsen zijn beter zichtbaar dan solo motorrijders, 

maar toch blijven kruisingen zeer gevaarlijke punten.

Alle kruisingen moeten voorzichtig benaderd worden en rijders 

mogen er alleen overheen als dit veilig en wettelijk toegestaan is.

Het blokkeren van een kruising zonder voorafgaande toestemming

en een goede escorte is bijna altijd een wetsovertreding.

En laat persoonlijke veiligheid altijd belangrijker zijn dan bij de 

groep blijven.

De bovenstaande algemene regels gelden voor alle kruisingen; 

hieronder volgen richtlijnen en tips voor speciale soorten 

kruisingen:

Bochten bij een beveiligde kruising met pijlen:

Laat de formatie dichter op elkaar rijden om zo veel mogelijk 

rijders snel te laten passeren. 

Rij niet naast elkaar; maak de bocht achter elkaar rijdend of in 

dichte gespreide formatie.

Bochten bij een beveiligde kruising ZONDER pijlen:

Rij voorzichtig achter elkaar, en laat elke rijder alleen afslaan als

dit veilig en wettelijk toegestaan is.

Kruisingen met stopbepalingen (verkeerslicht of stopteken):

Tijdens het wachten op groen licht is het een goed idee 

de formatie dicht op elkaar te laten komen en naast elkaar 

te wachten. Maar als het licht groen wordt, moeten rijders 

een voor een wegrijden en de formatie herstellen.

Kruisingen met een voorrangsbord:

Draai je hoofd om het verkeer te zien voordat je invoegt.

Autowegen en snelwegen

Een gespreide formatie is van groot belang op snelwegen en 

autowegen. Rij er achter elkaar rijdend op en vorm pas de 

formatie als iedereen veilig ingevoegd heeft. De koprijder moet 

een invoegsnelheid houden zodat er voldoende ruimte is voor 

de volgrijders om veilig in te voegen. Let op auto's die in- of 

uitvoegen en door je formatie rijden als je groep in de 

rechterbaan rijdt. Wellicht is het beter de groep een baan naar 

links te laten gaan als je een in- of uitvoegsituatie nadert.

Het afslaan op een autosnelweg moet altijd achter elkaar rijdend 

gebeuren. Zo heb je meer ruimte en tijd om te reageren op 

mogelijke situaties aan het eind van de afrit of voor het invoegen

op een andere weg. 

 

Inhalen

Haal op snelwegen en autosnelwegen in als een eenheid. Als het 

veilig en wettelijk toegestaan is moet de koprijder 

de rijbaanwijziging signaleren als hij of zij bepaald heeft dat de 

groep een andere baan op kan en gezamenlijk veilig kan inhalen. 

Bij grote vrachtwagens moet je overwegen met slechts drie 

motorfietsen per keer in te halen. Zo ben je flexibeler als 

de vrachtwagenchauffeur iets onverwachts doet en 

ontwijkende actie nodig is.

Op een tweebaans snelweg haal je per motorfiets in en alleen 

waar aangegeven is dat dat mag. Na het afronden van de 

inhaalmanoeuvre moet de koprijder terugkeren naar de linker- 

baanpositie en op inhaalsnelheid blijven rijden om ruimte te laten 

voor de volgende rijder. Vervolgens moet de volgende rijder naar 

links bewegen en wachten op een veilige kans om in te halen, 

om na het inhalen terug te keren naar rechts en ruimte te maken

voor de volgende rijder.

De rest van de groep moet hetzelfde patroon volgen.

Noodgevallen onderweg

Als een lid van je groep mechanische problemen heeft of bij een 

ongeval betrokken raakt, moeten alle volgrijders stoppen, 

inclusief de bezemrijder en de volgauto (als die er is). De rijders 

die voor het incident reden, moeten doorgaan naar de volgende 

ingeplande stopplaats (of eerst logische stopplaats) omdat 

omkeren voor extra veiligheidsproblemen kan zorgen.

De bezemrijder moet de situatie inschatten en als een vertraging

te verwachten is, vast een rijder vooruit sturen naar de rest 

van de groep op de volgende ingeplande/ gekozen stopplaats. 

Als medische hulp vereist is, moet / kan de bezemrijder via een 

mobieltje om hulp vragen. (112 en geef locatie op)

Bel ook de voorrijder en informeer de rest van de groep.

 

Nawoord van de redactie. 

  1. Geef de roadcaptains de ruimte.

  2. Spiegel regelmatig om de volgende in de gaten te houden. 

    Bij het ontstaan van een gat verminder je de snelheid. 

    Wat je verder moet doen, wordt van te voren gemeld door 

    de rit organisator.

Opties zijn:

Je kunt doorrijden tot de volgende “parkeerplaats”.

Je kunt wachten langs de weg tot de groep er weer 

aan komt.

Je kunt omdraaien en kijken wat er aan de hand is.

Je wacht tot de laatste rijder je informeert.

In ieder geval aan de afgesproken regels houden en 

je blijft zelf verantwoordelijk voor je verkeersgedrag.

  1. Rij compact en bedenk de gevolgen van de lengte van de 

    colonne voordat je onderweg gaat.

De plaats van een motor is ongeveer 10 meter incl. de

ruimte voor en achter deze motor.

Bij dakpan rijden zal dit minder zijn, maar bij moeilijke 

situaties zal deze 10 meter regelmatig voorkomen.

Met een groep van 25 motoren is de lengte dus al 

gauw 250 meter. Een voertuig van 250 meter is voor 

alle andere weggebruikers een probleem.

Bedenk dus wel, dat een stoplicht vermoedelijk niet 

in een keer gepasseerd kan worden.

Of een deel rijdt door rood of een deel moet wachten 

op het volgende groen.

Ongetwijfeld zijn er nog wel een paar opmerking te plaatsen bij 

dit verhaal.

In ieder geval is het verstandig om binnen onze vereniging hier 

goede afspraken over te maken.

 



Om veilig en vlot aan het verkeer te kunnen deelnemen moet je veilig en vlot kunnen remmen. 

 Twee belangrijke weetjes.

1. Naarmate je harder remt, treedt meer gewichtsverplaatsing naar voren op: het voorwiel drukt harder op het wegdek, het achterwiel minder.

Hoe groot is deze gewichtsverplaatsing? Dat hangt af van drie factoren:

  • - de remvertraging (hoe hard rem je?),
  • - de hoogte van het zwaartepunt van de motorfiets (plus berijder) en
  • - de wielbasis (zeg maar: de lengte van de motorfiets). 

2. De hoeveelheid remkracht die een band op het wegdek kan overbrengen hangt af van de kracht (hou het maar op: het gewicht) waarmee dat wiel op het wegdek wordt gedrukt.

Feit 

Rust er twee keer meer gewicht op een wiel, dan kun je er twee keer zo hard mee remmen. Verminder je het gewicht dat op het wiel drukt tot de helft, dan kun je met dat wiel maar half zo hard remmen.

 Ga je hard remmen, dan treedt er veel gewichtsverplaatsing op van achter- naar voorwiel. Je kunt dan met het voorwiel veel harder remmen dan met het achterwiel. De verhouding kan oplopen tot 100% gewicht op het voorwiel en 0% op het achterwiel. Dan kun je alleen met het voorwiel remmen (en heel hard!) en helemaal niet met het achterwiel.

Feit

 Nu begrijp je waarom de voorrem van een motorfiets veel zwaarder is uitgevoerd dan de achterrem, hij moet het meeste remwerk verrichten!

Kijk maar eens naar je eigen motor.

  • - hoeveel remschijven zijn er (voor: twee, achter: één),
  • - wat is de diameter van de remschijven in het voorwiel? En die in het achterwiel?
  • - hoe groot zijn de remklauwen voor en achter? Hoeveel cilinders per remklauw? 

Aanleggen en doorbouwen van de voorrem

Voordat je daadwerkelijk het remmen gaat oefenen, leggen we je nog één ding uit: het aanleggen van de voorrem en het doorbouwen daarna.

Je kunt zien dat de voorrem van een motorfiets heel zwaar is uitgevoerd en dat je er héél hard mee kunt remmen. Voorwaarde is wel dat er dan veel gewicht op je voorwiel moet rusten (gewichtsverplaatsing). Als je begint te remmen rust nog maar de helft van het gewicht op je voorwiel. De gewichtsverplaatsing van achter- naar voorwiel neemt enige tijd in beslag; hou het voor de  veiligheid maar op een halve seconde. Je zult begrijpen dat je het remmen met de voorrem dan ook in die halve seconde moet opvoeren. 

Techniek

  • - aanleggen (langzaam inknijpen van de voorrem) en
  • - doorbouwen (vlot steeds harder gaan knijpen). 

Bij te brusk of te vlot opbouwen kan het gebeuren dat je assistentie krijgt van je antiblokkeersysteem (mits aanwezig). Dit wordt je gewaar door een pulsering in je remhandle of voetpedaal. Blijf de rem vasthouden het systeem zorgt voor de stabiliteit van de motor en dat er geen wielen blokkeren. (Later meer over ABS).

 

REMOEFENINGEN

 

Het verschil tussen de voor- en de achterrem

Zet een poortje van twee pilonen neer. Rijdt daar met een voor jou prettige snelheid (30 km/h) op af. Als je voorwiel bij het poortje is trek je de koppeling in en begin je alleen met de achterrem te remmen tot je stil staat. Zet een pilon neer om je remweg aan te geven. Herhaal dit een of twee keer tot je vlot, zonder blokkeren, kunt remmen met je achterrem. Onthou met welke snelheid je de laatste remming uitvoerde.

 Nu kom je met dezelfde snelheid aanrijden, trekt de koppeling in en begint te remmen met alleen de voorrem. Denk daarbij aan het aanleggen en doorbouwen! De armen moeten hierbij licht gestrekt blijven om contact te houden met je voorwiel en om te voorkomen dat je kont los komt van de buddy. Oefen ook dit een paar keer. 

Je zult zien dat je met de voorrem véél harder kunt remmen dan met de achterrem.  

Nu kun je dezelfde remoefening doen met voor- en achterrem tegelijk. Je zult zien dat het nauwelijks verschil maakt of je alleen met de voorrem remt, of met beide remmen. Bij een heel stevige remming houd het meevertragende achterwiel de motor "gestrekt". 

Kijktechniek bij remmen

Je zult merken dat je blik tijdens het remmen omlaag zakt en dat je naar het wegdek vlak voor je voorwiel zit te kijken of zelfs op je dashboard. Dat komt door een instinctieve reactie in je brein.

Beter is om naar voren te blijven kijken, in de verte:

1. om je stuurcomputer te helpen bij het bewaren van de balans; als je hellend tot stilstand komt val je misschien;

2. om te kunnen beslissen dat er moet worden uitgeweken of het remmen moet worden onderbroken vanwege vuil op het wegdek;

3. om de verkeerssituatie waarvoor je remde te blijven zien en

4. om te merken of je je voorwiel blokkeert. Dat zie je doordat je ruitje en je spiegels naar links of rechts gaan. Je moet de voorrem dan lossen.

Remoefening als je ABS hebt

Is je motorfiets uitgerust met ABS, dan kun je met deze remoefeningen héél ver gaan! Knijp je te hard in de handrem, dan zal het ABS de remkracht zodanig regelen dat je vrijwel maximaal remt, zonder dat het voorwiel blokkeert. Hetzelfde geldt voor de achterrem.

ABS is een regelrechte zegening voor motorrijders. Als een motorfiets gaat kopen, koop dan éérst ABS. Met een motorfiets erbij!

Hoe werkt het ABS systeem 

ABS zorgt ervoor dat je wielen blijven draaien. Daardoor blijf je rechtop rijden (als je voorwiel blokkeert val je vrijwel meteen). Rechtop rijdend en remmend is je vertraging groter dan wanneer je zou vallen en over het wegdek glijden. Het systeem zorgt voor een zo groot mogelijke vertraging, ongeacht of je remt over stroef asfalt, natte kinderhoofdjes, een plas olie of zand. Denk eraan dat de techniek ook zijn grenzen heeft.

Dit alles vertaalt zich in de volgende voordelen.

  • - ABS verlaagt de botssnelheid optimaal (als je geluk hebt is de botssnelheid nul; geen botsing!).
  • - Je raakt je botspartner rechtop rijdend. In de meeste gevallen is dat een auto. Als je vlak voor de botsing gaat staan, ga je daar over heen, of landt op het dak.

Wat je in ieder geval bereikt is dat je niet met je hoofd op de dakrand van de auto klapt! Die dakrand is, na de zijkant van de bodemplaat, het sterkste deel van de auto. Als je na een val glijdend achter je motorfiets aan tegen een auto botst lig je meteen stil. De zijkant van de bodemplaat van de auto is namelijk héél sterk! Hierbij kun je veel ernstiger letsel oplopen dan wanneer je de auto rechtop rijdend raakt.

Remweg

Nu rest ons nog één oefening. Je gaat zelf het verband bepalen tussen je beginsnelheid en de remweg. Kom een aantal keren op het poortje af rijden en rem steeds met dezelfde remkracht. Elke volgende keer dat je aan komt rijden maak je je snelheid in het poortje wat hoger. Als je maar ruimte genoeg hebt kun je bijvoorbeeld de reeks 30, 40, 50, 60, 70 en 80 km/u doen. Zet telkens een pilon neer op deplek waar je tot stilstand komt. Wat op valt, je remweg neemt veel meer toe dan je snelheid! Ga je twee keer zo hard rijden dan wordt je remweg (twee maal twee is) vier keer zo lang. Drie keer zo hard rijden: remweg (drie maal drie is) negen keer zo lang!

Door een afstand van 2 seconden te houden van je voorligger heb je meer zicht, meer rem-ruimte, je valt beter op voor de andere weggebruikers, meer veiligheid.